Het IJzeren Gordijn van de jaren ’40 en ’50 was ogenschijnlijk bedoeld om Rusland te isoleren van West-Europa – om de communistische ideologie en militaire penetratie buiten de deur te houden. Het huidige sanctieregime is naar binnen gericht, om te voorkomen dat Amerika’s NAVO-bondgenoten en andere westerse bondgenoten meer handel en investeringen met Rusland en China gaan drijven. Het doel is niet zozeer om Rusland en China te isoleren, als wel om deze bondgenoten stevig binnen Amerika’s eigen economische invloedssfeer te houden. De bondgenoten moeten afzien van de voordelen van de invoer van Russisch gas en Chinese producten, en veel hoger geprijsd Amerikaans LNG en andere exportproducten kopen, afgetopt door meer Amerikaanse wapens, schrijft Michael Hudson.

De sancties die de Amerikaanse diplomaten hun bondgenoten opleggen tegen de handel met Rusland en China zijn ogenschijnlijk bedoeld om een militaire opbouw af te schrikken. Maar een dergelijke opbouw kan niet echt de voornaamste zorg van Rusland en China zijn. Zij hebben veel meer te winnen bij wederzijdse economische voordelen met het Westen. De onderliggende vraag is dus of Europa zijn voordeel zal vinden in het vervangen van de Amerikaanse export door Russische en Chinese leveranties en de daarmee gepaard gaande wederzijdse economische banden.

Wat Amerikaanse diplomaten zorgen baart, is dat Duitsland, andere NAVO-landen en landen langs de Belt and Road-route begrijpen welke winst er te behalen valt door vreedzame handel en investeringen open te stellen. Als er geen Russische of Chinese plannen zijn om hen binnen te vallen of te bombarderen, wat is dan de noodzaak van de NAVO? Wat is de noodzaak van zulke grote aankopen van Amerikaans militair materieel door welvarende bondgenoten van Amerika? En als er geen inherent vijandige relatie bestaat, waarom moeten buitenlandse landen dan hun eigen handels- en financiële belangen opofferen door uitsluitend te vertrouwen op Amerikaanse exporteurs en investeerders?

Dit zijn de zorgen die de Franse president Macron ertoe hebben aangezet de geest van Charles de Gaulle op te roepen en er bij Europa op aan te dringen zich af te keren van wat hij de “hersendode” Koude Oorlog van de NAVO noemt, en op te houden met de pro-Amerikaanse handelsafspraken die Europa opzadelen met stijgende kosten terwijl het potentiële winsten uit de handel met Eurazië misloopt. Zelfs Duitsland weigert in te gaan op de eis dat het zich in maart van dit jaar zonder Russisch gas moet behelpen. (Het bezette Duitsland lijkt inmiddels toegegeven te hebben aan het Amerikaans bevel om zelfmoord te plegen, zie hier. Dissident)

In plaats van een reële militaire dreiging door Rusland en China, is het probleem voor de Amerikaanse strategen de afwezigheid van een dergelijke dreiging. Alle landen zijn tot het besef gekomen dat de wereld een punt heeft bereikt waarop geen enkele industriële economie de mankracht en de politieke mogelijkheden heeft om een staand leger te mobiliseren van de omvang die nodig zouden zijn om een invasie of zelfs maar een grote strijd met een belangrijke tegenstander te voeren. Die politieke kosten maken het voor Rusland oneconomisch om vergeldingsmaatregelen te nemen tegen het NAVO-avonturisme dat aan zijn westelijke grens probeert een militaire reactie uit te lokken. Het is het gewoon niet waard om Oekraïne over te nemen.

De toenemende druk van Amerika op zijn bondgenoten dreigt hen uit de invloedssfeer van de VS te drijven. Meer dan 75 jaar lang hadden ze weinig praktisch alternatief voor de Amerikaanse hegemonie. Maar dat is nu aan het veranderen. Amerika heeft niet langer de monetaire macht en het schijnbaar chronische handels- en betalingsbalansoverschot die het in 1944-45 in staat stelden de handels- en investeringsregels van de wereld op te stellen. De bedreiging voor de Amerikaanse dominantie is dat China, Rusland en Mackinder’s Euraziatische werelddeel betere handels- en investeringsmogelijkheden bieden dan de Verenigde Staten met hun steeds wanhopiger vraag naar offers van hun NAVO-bondgenoten en andere bondgenoten.

Het meest in het oog springende voorbeeld is het streven van de VS om Duitsland te beletten toestemming te verlenen voor de Nord Stream 2 pijpleiding om Russisch gas te verkrijgen voor het komende koude weer. Angela Merkel kwam met Donald Trump overeen 1 miljard dollar uit te geven voor de bouw van een nieuwe LNG-haven om nog afhankelijker te worden van het duur geprijsde LNG uit de VS. (Het plan werd afgeblazen nadat de Amerikaanse en Duitse verkiezingen beide leiders hadden veranderd). Maar Duitsland heeft geen andere manier om veel van zijn huizen en kantoorgebouwen te verwarmen (of zijn kunstmestbedrijven te bevoorraden) dan met Russisch gas.

De enige manier die Amerikaanse diplomaten nog rest om Europese aankopen te blokkeren is Rusland tot een militaire reactie aan te zetten en vervolgens te beweren dat het wreken van deze reactie zwaarder weegt dan enig zuiver nationaal economisch belang. Zoals de havikachtige onder-staatssecretaris voor politieke zaken, Victoria Nuland, uitlegde in een persbriefing van het State Department op 27 januari: “Als Rusland Oekraïne op de een of andere manier binnenvalt, zal Nord Stream 2 niet doorgaan.”[1] Het probleem is om een passend offensief incident te creëren en Rusland af te schilderen als de agressor.

Nuland verwoordde in 2014 kernachtig wie het beleid van de NAVO-leden dicteerde: “Fuck de EU.” Dat zei ze toen ze de Amerikaanse ambassadeur in Oekraïne vertelde dat het ministerie van Buitenlandse Zaken de marionet Arseniy Yatsenyuk steunde als Oekraïense premier (na twee jaar afgezet in een corruptieschandaal), en Amerikaanse politieke agentschappen steunden het bloedige Maidan-slachtfeest dat de nu acht jaar durende burgeroorlog inluidde. Het resultaat heeft Oekraïne verwoest, net zoals het geweld van de VS heeft gedaan in Syrië, Irak en Afghanistan. Dit is geen beleid van wereldvrede of democratie waar de Europese kiezers achter staan.

De handelssancties van de VS tegen hun NAVO-bondgenoten strekken zich uit over het hele handelsspectrum. Litouwen, dat gebukt gaat onder bezuinigingen, heeft zijn kaas- en landbouwmarkt in Rusland opgegeven en belet zijn staatsspoorweg Wit-Russische aardappelen naar de Baltische haven Klaipeda te vervoeren. De meerderheidsaandeelhouder van de haven klaagde dat “Litouwen honderden miljoenen dollars zal verliezen door het stopzetten van de Wit-Russische export via Klaipeda,” en “juridische claims van 15 miljard dollar zou kunnen krijgen wegens verbroken contracten.”[2] Litouwen heeft zelfs ingestemd met het Amerikaanse verzoek om Taiwan te erkennen, met als gevolg dat China weigert Duitse of andere producten in te voeren waarin componenten van Litouwse makelij zijn verwerkt.

Europa legt sancties op ten koste van stijgende energie- en landbouwprijzen door voorrang te geven aan invoer uit de Verenigde Staten en af te zien van Russische, Wit-Russische en andere handelsrelaties buiten de Dollarzone. Zoals Sergej Lavrov het verwoordde: “Wanneer de Verenigde Staten denken dat iets in hun belang is, kunnen zij diegenen verraden met wie zij bevriend waren, met wie zij samenwerkten en die tegemoetkwamen aan hun standpunten in de wereld.”[3]

Amerika’s sancties tegen zijn bondgenoten schaden hun economieën, niet die van Rusland en China

Wat ironisch lijkt, is dat dergelijke sancties tegen Rusland en China hen uiteindelijk hebben geholpen in plaats van geschaad. Maar het primaire doel was niet om de Russische en Chinese economieën te schaden of te helpen. Het is immers axiomatisch dat sancties de landen in kwestie dwingen meer op zichzelf aangewezen te zijn. Zonder Litouwse kaas hebben de Russische producenten hun eigen kaas geproduceerd en hoeven zij die niet langer uit de Baltische staten in te voeren. De onderliggende economische rivaliteit van Amerika is erop gericht de Europese en de Aziatische bondgenoten in haar eigen, steeds meer beschermde economische invloedssfeer te houden. Duitsland, Litouwen en andere bondgenoten krijgen te horen dat zij tegen hun eigen economische welvaart gerichte sancties moeten opleggen door geen handel te drijven met landen buiten de dollar-ruimte van de V.S.

Nog afgezien van de dreiging van een feitelijke oorlog als gevolg van de oorlogszucht van de VS, worden de kosten die de Amerikaanse bondgenoten moeten maken om zich over te geven aan de Amerikaanse eisen op het gebied van handel en investeringen, zo hoog dat zij politiek onbetaalbaar worden. Bijna een eeuw lang was er geen ander alternatief dan in te stemmen met handels- en investeringsregels ten gunste van de Amerikaanse economie als prijs voor het ontvangen van financiële en handelssteun van de VS en zelfs militaire veiligheid. Maar nu dreigt er een alternatief te ontstaan – een alternatief dat voordelen biedt uit het “Belt and Road”-initiatief van China, en uit de Russische wens om buitenlandse investeringen te doen om zijn industriële organisatie te helpen moderniseren, zoals dertig jaar geleden in 1991 leek te zijn beloofd.

Sinds de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog is de Amerikaanse diplomatie erop gericht Groot-Brittannië, Frankrijk, en vooral het verslagen Duitsland en Japan, te vergrendelen zodat ze economische en militaire vazalstaten van de VS worden. Zoals ik heb gedocumenteerd in Super Imperialisme, braken Amerikaanse diplomaten het Britse Rijk en absorbeerden zijn Sterling Gebied door de zware voorwaarden die eerst werden opgelegd door Lend-Lease en daarna door de Anglo-Amerikaanse Lening Overeenkomst van 1946. De voorwaarden van de laatstgenoemde overeenkomst verplichtten Groot-Brittannië om zijn Imperial Preference beleid op te geven en de sterling tegoeden te deblokkeren die India en andere koloniën tijdens de oorlog hadden opgebouwd voor hun export van grondstoffen, waardoor het Britse Gemenebest werd opengesteld voor de export van de VS.

Groot-Brittannië verbond zich ertoe zijn vooroorlogse markten niet te heroveren door het pond sterling te devalueren. Amerikaanse diplomaten richtten vervolgens het IMF en de Wereldbank op onder voorwaarden die de Amerikaanse exportmarkten bevorderden en de concurrentie van Groot-Brittannië en andere voormalige rivalen afschrikten. Uit debatten in het Hogerhuis en het Lagerhuis bleek dat de Britse politici erkenden dat zij in een ondergeschikte economische positie waren gemanoeuvreerd, maar vonden dat zij geen alternatief hadden. En toen zij het eenmaal hadden opgegeven, hadden de Amerikaanse diplomaten de vrije hand om de confrontatie met de rest van Europa aan te gaan.

De financiële macht heeft Amerika in staat gesteld de westerse diplomatie te blijven domineren, ondanks het feit dat zij in 1971 van het goud werd verdreven als gevolg van de betalingsbalanskosten van haar overzeese militaire uitgaven. In de afgelopen halve eeuw hebben buitenlandse landen hun internationale monetaire reserves in Amerikaanse dollars aangehouden – hoofdzakelijk in Amerikaanse schatkistpapieren, Amerikaanse bankrekeningen en andere financiële investeringen in de Amerikaanse economie. De schatkistbankbiljettennorm verplicht buitenlandse centrale banken het op militaire leest geschoeide Amerikaanse betalingsbalanstekort te financieren – en daarmee het binnenlandse begrotingstekort.

De Verenigde Staten hebben deze recycling niet nodig om geld te scheppen. De regering kan gewoon geld drukken, zoals MMT heeft aangetoond. Maar de Verenigde Staten hebben dit hergebruik van dollars door buitenlandse centrale banken wel nodig om hun internationale betalingen in evenwicht te houden en de wisselkoers van de dollar te ondersteunen. Als de dollar zou dalen, zouden buitenlandse landen het veel gemakkelijker vinden om internationale dollarschulden in hun eigen valuta te betalen. De Amerikaanse invoerprijzen zouden stijgen en het zou voor Amerikaanse investeerders duurder worden om buitenlandse activa te kopen. En buitenlanders zouden geld verliezen op Amerikaanse aandelen en obligaties uitgedrukt in hun eigen valuta, en zouden deze laten vallen. Vooral centrale banken zouden verlies lijden op de dollarobligaties van de schatkist die zij in hun monetaire reserves aanhouden – en zouden er belang bij hebben uit de dollar te stappen. De Amerikaanse betalingsbalans en wisselkoers worden dus beide bedreigd door de Amerikaanse oorlogszucht en militaire uitgaven in de hele wereld – en toch proberen de Amerikaanse diplomaten de zaken te stabiliseren door de militaire dreiging op te voeren tot crisisniveaus.

De Amerikaanse drang om haar Europese en Oostaziatische protectoraten binnen haar eigen invloedssfeer te houden wordt bedreigd door de opkomst van China en Rusland onafhankelijk van de Verenigde Staten, terwijl de Amerikaanse economie de-industrialiseert als gevolg van haar eigen bewuste beleidskeuzes. De industriële dynamiek die de Verenigde Staten vanaf het einde van de 19e eeuw tot in de jaren zeventig zo dominant maakte, heeft plaatsgemaakt voor een evangelistische neoliberale financialisering. Daarom moeten Amerikaanse diplomaten hun bondgenoten overhalen om hun economische betrekkingen met het post-Sovjet-Rusland en het socialistische China te blokkeren, wier groei die van de Verenigde Staten overtreft en wier handelsafspraken meer kansen op wederzijds voordeel bieden.

De vraag is hoe lang de Verenigde Staten hun bondgenoten kunnen tegenhouden om van de economische groei van China te profiteren. Zullen Duitsland, Frankrijk en andere NAVO-landen zelf naar welvaart streven in plaats van hun economisch overschot te laten wegsluizen door de dollarstandaard en handelspreferenties van de VS?

Oliediplomatie en Amerika’s droom voor post-Sovjet Rusland

De verwachting van Gorbatsjov en andere Russische functionarissen in 1991 was dat hun economie zich tot het Westen zou wenden voor reorganisatie langs de lijnen die de Amerikaanse, Duitse en andere economieën zo welvarend hadden gemaakt. De wederzijdse verwachting in Rusland en West-Europa was dat Duitse, Franse en andere investeerders de post-Sovjeteconomie zouden herstructureren langs meer efficiënte lijnen.

Dat was niet het plan van de VS. Toen senator John McCain Rusland “een benzinestation met atoombommen” noemde, was dat de Amerikaanse droom van wat zij wilden dat Rusland zou worden – met Russische gasbedrijven die in handen komen van Amerikaanse aandeelhouders, te beginnen met de geplande uitkoop van Yukos zoals geregeld met Michail Khordokovsky. Het laatste wat Amerikaanse strategen wilden was een bloeiend Rusland dat weer opbloeide. Amerikaanse adviseurs probeerden Ruslands natuurlijke hulpbronnen en andere niet-industriële bezittingen te privatiseren, door ze over te dragen aan kleptocraten die de waarde van wat zij geprivatiseerd hadden alleen “te gelde konden maken” door het aan Amerikaanse en andere buitenlandse investeerders te verkopen voor harde valuta. Het resultaat was een neoliberale economische en demografische ineenstorting in de post-Sovjet staten.

In sommige opzichten heeft Amerika zichzelf veranderd in zijn eigen versie van een benzinestation met atoombommen (en wapenexport). De Amerikaanse oliediplomatie is erop gericht de wereldhandel in olie te controleren, zodat de enorme winsten ten goede komen aan de grote Amerikaanse oliemaatschappijen. Het was om de Iraanse olie in handen van British Petroleum te houden dat Kermit Roosevelt van de CIA samenwerkte met British Petroleum’s Anglo-Persian Oil Company om de gekozen Iraanse leider Mohammed Mossadegh in 1954 omver te werpen toen deze de maatschappij wilde nationaliseren nadat deze decennia lang had geweigerd haar beloofde bijdragen aan de economie te leveren. Na de installatie van de Sjah, wiens democratie gebaseerd was op een wrede politiestaat, dreigde Iran opnieuw meester te worden over zijn eigen olievoorraden. Daarom werd het land opnieuw geconfronteerd met door de VS gesponsorde sancties, die nog steeds van kracht zijn. Het doel van dergelijke sancties is de wereldhandel in olie stevig onder controle van de VS te houden, omdat olie energie is en energie de sleutel is tot productiviteit en reëel BBP.

In gevallen waar buitenlandse regeringen, zoals Saoedi-Arabië en naburige Arabische petrostaten, de controle hebben overgenomen, moeten de exportopbrengsten van hun olie op de financiële markten van de VS worden gestort om de wisselkoers van de dollar en de financiële overheersing van de VS te ondersteunen. Toen zij hun olieprijzen in 1973-74 verviervoudigden (als reactie op de verviervoudiging van de graanexportprijzen in de VS), legde het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken de wet vast en zei tegen Saoedi-Arabië dat het zoveel kon vragen als het wilde voor zijn olie (waardoor de prijzen voor de olieproducenten in de VS werden verhoogd, maar dat het zijn olie-exportopbrengsten moest recycleren naar de Verenigde Staten in dollar-obligaties – hoofdzakelijk in Amerikaanse schatkistpapieren en Amerikaanse bankrekeningen, samen met enkele minderheidsbelangen in Amerikaanse aandelen en obligaties (maar alleen als passieve investeerders, niet gebruik makend van deze financiële macht om het bedrijfsbeleid te controleren).

De tweede manier om de olie-inkomsten te hergebruiken was de aankoop van Amerikaanse wapens, waarbij Saoedi-Arabië een van de grootste klanten van het militair-industrieel complex werd. De Amerikaanse wapenproductie is niet in de eerste plaats militair van aard. Zoals de wereld nu ziet in het gekrakeel over Oekraïne, heeft Amerika geen gevechtsleger. Wat het heeft is wat vroeger een “eetleger” werd genoemd. De Amerikaanse wapenproductie stelt arbeidskrachten tewerk en produceert wapens als een soort prestigeobject waarmee regeringen kunnen pronken, niet om daadwerkelijk te vechten. Zoals de meeste luxegoederen, is de winstmarge zeer hoog. Dat is tenslotte de essentie van high fashion en stijl. Het MIC gebruikt zijn winsten om de civiele produktie van de V.S. te subsidiëren op een wijze die niet in strijd is met de internationale handelswetten tegen overheidssubsidies.

Soms wordt natuurlijk wel degelijk militair geweld gebruikt. In Irak hebben eerst George W. Bush en daarna Barack Obama het leger gebruikt om de oliereserves van het land in beslag te nemen, samen met die van Syrië en Libië. De controle over de wereldolie is de steunpilaar geweest van de Amerikaanse betalingsbalans. Ondanks het wereldwijde streven om de opwarming van de aarde af te remmen, blijven Amerikaanse functionarissen olie zien als de sleutel tot Amerika’s economische suprematie. Daarom weigert het Amerikaanse leger nog steeds de bevelen van Irak op te volgen om hun land te verlaten en houdt het zijn troepen onder controle over de Iraakse olie, en daarom stemde het met de Fransen in om Libië te vernietigen en heeft het nog steeds troepen in de olievelden van Syrië. Dichter bij huis heeft president Biden ingestemd met offshoreboringen en steunt hij de uitbreiding van Canada’s teerzanden in Athabasca, ecologisch de vuilste olie ter wereld.

Samen met de olie- en voedselexport ondersteunt de wapenexport de financiering van de Amerikaanse schatkist voor de militaire uitgaven in het buitenland op 750 bases in het buitenland. Maar zonder een permanente vijand die constant aan de poorten dreigt, valt het bestaan van de NAVO in duigen. Wat zou de noodzaak zijn voor landen om onderzeeërs, vliegdekschepen, vliegtuigen, tanks, raketten en andere wapens te kopen?

Nu de Verenigde Staten zijn gedeïndustrialiseerd, wordt hun handelstekort en tekort op de betalingsbalans steeds problematischer. Het land heeft de wapenexport nodig om zijn groeiende handelstekort te helpen verminderen en ook om zijn commerciële vliegtuigen en aanverwante civiele sectoren te subsidiëren. De uitdaging is hoe het zijn welvaart en werelddominantie kan handhaven nu het deïndustrialiseert terwijl de economische groei in China en nu zelfs in Rusland sterk toeneemt.

Amerika heeft zijn industrieel kostenvoordeel verloren door de sterke stijging van de kosten van levensonderhoud en het zakendoen in zijn gefinancialiseerde post-industriële rentenierseconomie. Bovendien is, zoals Seymour Melman in de jaren zeventig uitlegde, het kapitalisme van het Pentagon gebaseerd op kostprijs-plus-contracten: Hoe hoger de kosten van militaire uitrusting, hoe meer winst de fabrikanten ontvangen. Amerikaanse wapens zijn dus overgeconstrueerd – vandaar de toiletbril van 500 dollar in plaats van een model van 50 dollar. De belangrijkste aantrekkingskracht van luxegoederen, inclusief militair materieel, is immers hun hoge prijs.

Dit is de achtergrond van de woede van de VS over hun mislukking om de Russische oliereserves in beslag te nemen – en over het feit dat Rusland zich ook militair heeft vrijgemaakt om zijn eigen wapenexporten te creëren, die nu doorgaans beter en veel minder duur zijn dan die van de VS. Niet alleen is de olieverkoop vergelijkbaar met die van LNG uit de VS, maar Rusland houdt zijn olie-exportopbrengsten in eigen land om zijn herindustrialisatie te financieren en zo de economie weer op te bouwen die door de door de VS gesponsorde shocktherapie van de jaren ’90 werd vernietigd.

De lijn van de minste weerstand voor de Amerikaanse strategie om de controle over de wereldolietoevoer te behouden en tegelijk haar exportmarkt voor luxewapens via de NAVO in stand te houden, is “Cry Wolf” en volhouden dat Rusland op het punt staat Oekraïne binnen te vallen – alsof Rusland ook maar iets te winnen heeft bij een oorlog in een moeras over Europa’s armste en minst productieve economie. In de winter van 2021-22 hebben de VS een lange poging gedaan om de NAVO en Rusland tot strijd aan te zetten – zonder succes.

De VS dromen van een neoliberaal China als filiaal van het Amerikaanse bedrijfsleven

Amerika is gedesïndustrialiseerd als gevolg van een weloverwogen beleid om de productiekosten te verlagen, aangezien de Amerikaanse productiebedrijven op zoek zijn gegaan naar lagelonenarbeid in het buitenland, met name in China. Deze verschuiving was geen rivaliteit met China, maar werd gezien als wederzijds voordeel. Van Amerikaanse banken en investeerders werd verwacht dat zij de controle en de winsten van de Chinese industrie zouden veiligstellen naarmate deze op de markt werd gebracht. De rivaliteit betrof Amerikaanse werkgevers en Amerikaanse arbeiders, en het klassenstrijdwapen was offshoring en, in het proces, het terugschroeven van de sociale overheidsuitgaven.

Net zoals Rusland streeft naar olie, wapens en handel in landbouwprodukten onafhankelijk van de Amerikaanse controle, bestaat China’s aanval erin de winsten van zijn industrialisatie in eigen land te houden, het staatseigendom van belangrijke bedrijven te behouden en vooral de geldschepping en de Bank van China als een openbare nutsvoorziening te handhaven om zijn eigen kapitaalvorming te financieren in plaats van de Amerikaanse banken en effectenmakelaars voor zijn financiering te laten zorgen en zijn overschot in de vorm van rente, dividenden en beheersprovisies te laten wegsluizen. De enige reddende engel voor de planners van het Amerikaanse bedrijfsleven is de rol van China in het tegenhouden van de stijging van de lonen in de V.S. door een bron van laaggeprijsde arbeidskrachten te verschaffen die de Amerikaanse fabrikanten in staat stelt hun produktie naar het buitenland te verplaatsen en uit te besteden.

De klassenstrijd van de Democratische Partij tegen de vakbondsarbeiders begon in de regering Carter en kwam in een stroomversnelling toen Bill Clinton de zuidelijke grens opende met de NAFTA. Een reeks maquiladoras werd langs de grens opgericht om laaggeprijsde handarbeid te leveren. Dit werd zo’n succesvol winstcentrum voor bedrijven dat Clinton in december 2001, in de laatste maand van zijn regering, aandrong op toelating van China tot de Wereldhandelsorganisatie. De droom was dat China een winstcentrum zou worden voor Amerikaanse investeerders, dat het zou produceren voor Amerikaanse bedrijven en dat het zijn kapitaalinvesteringen (en ook huisvesting en overheidsuitgaven, zo hoopte men) zou financieren door Amerikaanse dollars te lenen en zijn industrie te organiseren in een aandelenmarkt die, net als die van Rusland in 1994-96, een toonaangevende leverancier zou worden van financiering-kapitaalwinsten voor Amerikaanse en andere buitenlandse investeerders.

Walmart, Apple en vele andere Amerikaanse bedrijven organiseerden productiefaciliteiten in China, wat noodzakelijkerwijs gepaard ging met de overdracht van technologie en het opzetten van een efficiënte infrastructuur voor de exporthandel. Goldman Sachs leidde de financiële inval en hielp de Chinese aandelenmarkt omhoog te schieten. Dit alles was waar Amerika op had aangedrongen.

Waar ging Amerika’s neoliberale Koude Oorlogsdroom mis? Om te beginnen volgde China niet het beleid van de Wereldbank om regeringen ertoe aan te zetten in dollars te lenen en Amerikaanse ingenieursbureaus in te huren voor de aanleg van exportinfrastructuur. Het industrialiseerde op vrijwel dezelfde manier als de Verenigde Staten en Duitsland aan het eind van de 19e eeuw: Door zware overheidsinvesteringen in infrastructuur om tegen gesubsidieerde prijzen of gratis te voorzien in basisbehoeften, van gezondheidszorg en onderwijs tot vervoer en communicatie, ten einde de kosten van levensonderhoud die werkgevers en exporteurs moesten betalen zo laag mogelijk te houden. Het belangrijkste is dat China de buitenlandse schuldendienst vermeed door zijn eigen geld te creëren en de belangrijkste produktiefaciliteiten in eigen handen te houden.

De eisen van de VS verdrijven hun bondgenoten uit de handels- en monetaire invloedsfeer van de dollar en de NAVO

Zoals in een klassieke Griekse tragedie brengt het Amerikaanse buitenlands beleid precies het resultaat teweeg dat het het meest vreest. Door hun eigen NAVO-bondgenoten te overbelasten, brengen Amerikaanse diplomaten het nachtmerriescenario van Kissinger tot stand, waarbij Rusland en China worden samengedreven. Terwijl Amerika’s bondgenoten te horen krijgen dat zij de kosten van de Amerikaanse sancties moeten dragen, profiteren Rusland en China ervan dat zij gedwongen worden hun economieën te diversifiëren en onafhankelijk te maken van de afhankelijkheid van Amerikaanse leveranciers van voedsel en andere basisbehoeften. Bovenal creëren deze twee landen hun eigen gededollariseerde krediet- en bankclearingsystemen en houden zij hun internationale monetaire reserves aan in de vorm van goud, euro’s en elkaars munteenheden om hun onderlinge handel en investeringen te verrichten.

Deze de-dollarisering biedt een alternatief voor het unipolaire vermogen van de VS om gratis buitenlands krediet te verkrijgen via de Amerikaanse schatkistbiljetten-standaard voor de monetaire reserves in de wereld. Als andere landen en hun centrale banken de dollar de-dollariseren, wat zal de dollar dan ondersteunen? Hoe kunnen de Verenigde Staten, zonder de gratis kredietlijn van centrale banken die automatisch Amerika’s buitenlandse militaire en andere overzeese uitgaven terugsluizen naar de Amerikaanse economie (met slechts een minimale opbrengst), hun internationale betalingen in evenwicht brengen in het licht van hun de-industrialisatie?

De Verenigde Staten kunnen hun deïndustrialisatie en hun afhankelijkheid van Chinese en andere Aziatische arbeidskrachten niet eenvoudig ombuigen door de productie weer naar huis te halen. Het heeft een te hoge kosten in zijn economie ingebouwd om internationaal te kunnen concurreren, gezien de budgettaire eisen van de Amerikaanse werknemer om hoge en stijgende huisvestings- en onderwijskosten, schuldendienst en ziektekostenverzekering te betalen, en voor geprivatiseerde infrastructuurdiensten.

De enige manier voor de Verenigde Staten om hun internationale financiële balans in stand te houden is door monopolieprijzen vast te stellen voor hun wapens, gepatenteerde farmaceutische producten en informatietechnologie-exporten, en door controle te kopen over de meest lucratieve productie- en potentieel winstontrekkende sectoren in het buitenland – met andere woorden, door neoliberaal economisch beleid over de hele wereld te verspreiden op een manier die andere landen dwingt afhankelijk te zijn van Amerikaanse leningen en investeringen.

Dat is niet de manier waarop nationale economieën kunnen groeien. Het alternatief voor de neoliberale doctrine is het Chinese groeibeleid dat dezelfde industriële basislogica volgt waarmee Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Duitsland en Frankrijk tijdens hun eigen industriële opgang met krachtige overheidssteun en sociale uitgavenprogramma’s tot industriële macht zijn opgeklommen.

De Verenigde Staten hebben dit traditionele industriebeleid sinds de jaren tachtig losgelaten. Zij leggen hun eigen economie het neoliberale beleid op dat sinds 1991 het Chili van Pinochet, het Groot-Brittannië van Thatcher en de postindustriële voormalige Sovjetrepublieken, de Baltische staten en Oekraïne heeft gedesindustrialiseerd. De sterk gepolariseerde en met schulden overladen welvaart is gebaseerd op het opblazen van de prijzen van onroerend goed en effecten en het privatiseren van infrastructuur.

Dit neoliberalisme is een weg geweest om een mislukte economie en zelfs een mislukte staat te worden, gedwongen om te lijden onder schulddeflatie, stijgende huizenprijzen en huurprijzen terwijl de bezettingsgraad daalt, alsmede exorbitante medische en andere kosten als gevolg van de privatisering van wat andere landen gratis of tegen gesubsidieerde prijzen als mensenrechten verstrekken – gezondheidszorg, onderwijs, ziektekostenverzekering en pensioenen.

Het succes van China’s industriebeleid met een gemengde economie en staatscontrole over het monetaire en kredietstelsel heeft Amerikaanse strategen doen vrezen dat Westeuropese en Aziatische economieën hun voordeel zullen vinden in een nauwere integratie met China en Rusland. De VS lijken geen ander antwoord te hebben op een dergelijke wereldwijde toenadering tot China en Rusland dan economische sancties en militaire strijdlust. Deze Nieuwe Koude Oorlogs houding is duur en andere landen weigeren de kosten te dragen van een conflict dat voor henzelf geen voordeel oplevert en zelfs hun eigen economische groei en politieke onafhankelijkheid dreigt te destabiliseren.

Hoe kunnen de Verenigde Staten zonder subsidie van deze landen, vooral nu China, Rusland en hun buurlanden hun economieën dedollariseren, de betalingsbalanskosten van hun militaire uitgaven overzee handhaven? Het terugdringen van die uitgaven, en inderdaad het herstellen van industriële zelfredzaamheid en concurrerende economische macht, zou een transformatie van de Amerikaanse politiek vergen. Een dergelijke verandering lijkt onwaarschijnlijk, maar hoe lang kan Amerika’s post-industriële rentenierseconomie er zonder een dergelijke verandering in slagen andere landen te dwingen haar te voorzien van de economische welvaart (letterlijk een toestroom) die zij in eigen land niet meer produceert?

Notities

[1] https://www.state.gov/briefings/department-press-briefing-january-27-2022/ .

[2] Andrew Higgins, “Fueling a Geopolitical Tussle in Eastern Europe: Fertilizer,” The New York Times, January 31, 2022.

[3] Russian Foreign Affairs Ministry, “Foreign Minister Sergey Lavrov’s answers to questions from Channel One’s Voskresnoye Vremya programme,” Moscow, January 30, 2022. Johnson’s Russia List, January 31, 2022, #9.


Help ons de censuur van BIG-TECH te omzeilen en volg ons op Telegram:

Telegram: t.me/dissidenteen

Meld je aan voor onze gratis dagelijkse nieuwsbrief, 10.000 gingen je al voor:


President El Salvador vraagt zich af of de vernietiging van de Verenigde Staten met opzet gebeurt

0 0 stemmen
Artikelbeoordeling
Abonneer
Laat het weten als er
guest
2 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Von
Von
4 maanden geleden

De judeo-Anglo Amerika as wil oorlog tussen blanken in Europa.

Rudolf
Rudolf
4 maanden geleden

Laat het allemaal waar zijn…Maar heb niet de illusie dat de politieke dieren aan de andere kant beter zijn en een hogere moraal erop nahouden..! En wie geloven en kiezen of steunen en volgen die sukkels massaal ?? Al die andere sukkels die overal met mondkapjes blijven lopen en erom vechten om gespoten en geboosterd te worden…Of je nu door de hond of door de kat gebeten wordt, getiranniseerd wordt..Beter zo sterk zien te worden dat je ze allemaal af kunt houden en een beter systeem kunt maken en je eigen eisen kunt stellen..!