In de voorgaande twee delen is in vogelvlucht de geschiedenis van het huis Habsburg beschreven tot halverwege de achttiende eeuw. Het verhaal van de Habsburgs zet zich in dit artikel voort in de tijd van opkomend liberalisme en nationalisme. Ook voor dit artikel maak ik gebruik van twee boeken als richtlijn: ‘Een familie dient Europa’ door J.J. Mostard (1963) en ‘The Habsburg Monarchy 1809-1918’ door A.J.P. Taylor (1947).

Centralisatie en de Duitse kwestie

Het tweede deel in deze reeks noemde kort de centralisatie van Oostenrijk die plaatsvond onder Maria Theresia (reg. 1740-1780) en haar zoon Jozef II (reg. 1780-1790). Het zou betekenen dat alle gebieden onder de Habsburgse kroon vanuit Wenen bestuurd werden, met een klein leger aan bureaucraten dat ervoor zorgde dat deze centrale wensen ook lokaal ten uitvoer werden gebracht.

Deze situatie zou een ongemakkelijke vraag naar voren brengen voor de doorgaans cosmopoliete Habsburgs. De adel binnen haar rijk was, Poolse en Italiaanse gebieden uitgezonderd, doorgaans Duits en Duitstalig. De bureaucratische laag van haar administratie was bijna exclusief Duitstalig. De vraag werd: is het Habsburgse rijk een Duits rijk?

Waar Maria Theresia een heerser bleek die tot veel compromissen bereid leek, was Jozef II uit ander hout gesneden. Hij zag zijn rijk als Duits, zichzelf als een Duitse kaiser, en handelde hiernaar. Dit werd vooral zichtbaar in Hongarije, het gebied dat de meeste semi-onafhankelijke voorrechten kende. De vrijheid die de Hongaren kenden op lokaal gebied werd afgeschaft, en Jozef weigerde zichzelf als koning van Hongarije te laten kronen. Hij was immers al Heilig Rooms Keizer, en in zijn ogen was Hongarije niets meer dan een Duitse province die –nu middels de Duitse taal- bestuurd werd vanuit Wenen. Na zijn dood in 1790 zouden zijn opvolgers een groot deel van deze veranderingen teniet doen.

Jozef II bleek in andere zaken ook een hervormer: hij schafte de horigheid af waar deze nog aanwezig was (voornamelijk Tsjechië en Hongarije). Ook brak hij het ongeschreven verbond dat de Habsburgs hadden met de Katholieke Kerk, en snel volgde het opbreken van kloosters en een grotere controle op kerken. Het zou leiden tot een verbeterde situatie voor Protestanten en Joden binnen het rijk, maar de opkomst van seculier denken was het meest opzienbarende gevolg. Want waar secularisme de kop opstak in de 18e eeuw, volgde liberalisme al snel.

Napoleon: ramp voor de Habsburgs

Portret van Napoleon door Hippolyte Delaroche – wikipedia

Zowel liberalisme als secularisme zouden in Frankrijk uitmonden in de Franse Revolutie in 1789. Het zou de adel in Frankrijk niet goed vergaan, en ook de Habsburgs hadden een verlies te verwerken. Marie Antoinette, de vrouw van Louis XVI, was een dochter van Maria Theresia. Zij moest net als vele andere het lot van de guillotine ondergaan in 1793, enkele maanden na haar man.

Na een periode van chaos zou orde in Frankrijk hersteld worden door de stormachtige opkomst van Napoleon Bonaparte. Deze zou in een reeks oorlogen en veldslagen een enorme dreun bezorgen aan de machtspositie van de Habsburgs in Europa. De Zuidelijke Nederlanden waren in 1795 al onder de voet gelopen zonder Napoleon, en zouden nooit meer in Habsburgse handen terecht komen. Bij het congres van Wenen in 1815 werden de Zuidelijke Nederlanden samengevoegd met ‘ons’ Nederland, wat leidde tot het Verenigde Koninkrijk der Nederlanden. Deze zou het slechts 15 jaar volhouden, tot er in Brussel opnieuw liberale en revolutionaire onrust opkwam.

Napoleon zou in zijn lange carrière als generaal, consul en keizer een hele reeks oorlogen en veldslagen voeren, die te breed zijn om hier allen te beschrijven. De gevolgen waren echter groot voor de Habsburgs. Nadat de Zuidelijke Nederlanden hen uit handen vielen, verloren ze ook belangen in het Rijnland en grote delen van Italië (Lombardije en Venetië uitgezonderd). Napoleon wist tweemaal Wenen te bereiken, zowel in 1805 als 1809. Waar de Turken faalden, slaagden de liberalen tweemaal.

De eerste keer dat Wenen ingenomen werd en de Habsburgs als verliezer naar de onderhandelingstafel gedwongen werden, gebeurde er iets monumentaals in de Europese geschiedenis: de ontbinding van het Heilig Roomse Rijk (1806). Napoleon, die zichzelf tot keizer gekroond had in 1804, duldde geen andere keizers naast zich in Europa. Echter had Franz II, de laatste Heilig Roomse Keizer, zich al enigszins ingedekt tegen een dergelijke situatie door zichzelf keizer van Oostenrijk te kronen als Franz I in 1804. Zo kroonden twee keizers zichzelf in het jaar 1804, gestoeld in heel andere principes: waar Napoleon zowel liberalisme als nationalisme verspreidde met het zwaard, veranderden de Habsburgs in de 19e eeuw in een quasi-reactionaire en cosmopolitische entiteit.

Op de korte termijn wonnen de laatstgenoemde ideeën, mede door de enorme ambitie van Napoleon. Deze ambitie bracht hem in 1812 tot een mars door Rusland in de winter, een vuur waar meer leiders zich aan gebrand hebben. Deze nederlaag tegen het weer zou de ondergang van Napoleon teweeg brengen bij Waterloo in 1815.

De Donaumonarchie

Afbeelding 1: Het gebied in handen van de Habsburgs in 1815

De Habsburgs overleefden Napoleon, zij het met vrij grote verliezen. Wat overbleef van Oostenrijk is te zien in afbeelding 1. In deze periode zou het rijk van de Habsburgs ook vaak de Donaumonarchie genoemd worden, ook al is het gebied wat zij overheersten behoorlijk groter dan slechts de gebieden rondom de Donau. De periode van 1815 tot 1918 kan gezien worden als de laatste periode van de Habsburg-dynastie, en het speelt zich vrijwel in zijn volledigheid af in het door afbeelding 1 gemarkeerde gebied.

Het zal gelijk duidelijk zijn dat Oostenrijk in deze vorm, in tegenstelling tot vandaag de dag, absoluut geen natie-staat genoemd kan worden. Het Oostenrijkse hartland, adel en bureaucraten zorgden voor een Duits karakter, maar dat maakte het geheel nog lang geen Duitse staat. Er bevonden zich op dit punt 12 nationaliteiten in Oostenrijk, die elk een eigen visie en mate van volksbewustzijn kenden binnen de Donaumonarchie. Om deze complexiteit te duiden rest mij niets anders dan ze een voor een bij langs te gaan.

Duitsers: de meest talrijke groep binnen de Donaumonarchie, en het volk met de grootste culturele invloed. Zij bevonden zich voornamelijk binnen het Oostenrijk en Tsjechië (Sudetenland) van vandaag, maar kenden ook een aanwezigheid in Transylvanië, genaamd Siebenburgen in het Duits. Daarnaast bevonden zij zich onder andere door hun bureaucratische rol in veel steden verspreid door het hele rijk.

De Duitsers waren zelden het ontevreden of opstandige volk binnen de Donaumonarchie. Zij konden zich immers goed vinden in de Duitse culturele dominantie die Wenen uitdroeg, en het Duits als voertaal binnen het Rijk (niet officieel, maar wel in de praktijk). Een van de zaken waar Duitsers wel relatief zwaar benadeeld werden, was in de portemonnee:

‘’The Germans, though only one third of the population, paid two thirds of the direct taxes; and an individual German paid in taxes twice as much as a Czech or an Italian, nearly five times as much as a Pole, and seven times as much as a Croat or Serb.’’ [1]

Hongaren: na de Duitsers de meest talrijke groep binnen de Donaumonarchie, en daarnaast het volk dat de Habsburgs de meeste kopzorgen bracht. Zeer uniek voor zijn tijd bezat Hongarije aan het begin van de 19e eeuw nog een grote klasse aan kleine adel; landeigenaren die geen belasting betaalden (500.000 op een bevolking van 10 miljoen). Deze zou zich vaak hoorbaar maken voor het vasthouden van haar privileges, waar deze klasse in grote delen van Europa al weggevaagd was.

Zoals vaker genoemd binnen deze reeks verkeerde Hongarije zich in een semi-onafhankelijke positie. Hongaars belastinggeld ging naar Budapest, niet naar Wenen, en zij hadden een lokale vorm van zelfbestuur. Zij zouden zich vaak bereid zien om zich tegen de Habsburgs te keren, bijvoorbeeld door samen te werken met andere volken binnen het rijk, of zelfs een buitenlandse mogendheid, om hun bevoorrechte positie vast te houden en te verbeteren. Dit wordt duidelijk zichtbaar in (de aanloop naar) het latere ontstaan van Oostenrijk-Hongarije.

Ook brachten de Hongaren religieuze kwesties naar voren. Calvinisme drong diep door in Hongaarse gebieden die door de Turken bezet werden (bijvoorbeeld Transylvanië), en zorgden na de Habsburgse overname aan het eind van de 17e eeuw voor een extra dimensie qua problemen met de Hongaren. De Habsburgs waren immers zonder uitzondering Katholieken.

Tsjechen: het volk dat zichzelf aan het begin van de 19e eeuw graag in de positie van de Hongaren zou bevinden. Echter klonk hun nederlaag tegen de Habsburgs in 1620 nog steeds na: de Tsjechen kenden geen autochtone adel, aangezien deze destijds deels was gedood en deels was verjaagd. Naast hun numerieke nadeel ten opzichte van de Hongaren (en Duitsers) zou de nationalistische stroming moeten komen uit hun midden- en arbeidersklasse. Deze ontwikkelde zich in de 19e eeuw, waarin zij vaak samenspanden met de Hongaren.

Italianen: aanwezig in regio’s als Lombardije, Venetië en de Dalmatische kust, vormden zij een van de volken binnen de Donaumonarchie waarbij het gros van haar volksgenoten zich buiten de grenzen bevond. De pogingen van de Habsburgs om hen onder andere cultureel in te palmen hadden vrijwel volledig gefaald: de Italianen behielden met trots hun eigen (culturele) identiteit. Ook zouden de Habsburgs te duchten hebben met de wens onder vele Italiaanse staten tot het verenigen van alle Italianen onder één vlag, en deze vlag zou niet die van de Habsburgs worden. De houding van de Habsburgs tegenover dit Italiaanse nationalisme laat zich raden.

Slovenen: waar we Slovenië vandaag de dag kennen als een kleine onafhankelijke staat, is dit echter een zeer recent fenomeen. 200 jaar terug was er nog weinig nationaal bewustzijn te bespeuren onder de Slovenen, los van enige affiniteit met andere Slavische volkeren binnen de Donaumonarchie. Hun positie, klem tussen dominante volken als Duitsers en Italianen, maakte hun situatie niet makkelijker. Zij zullen geen grote rol spelen in de laatste fase van Habsburg-overheersing.

Kroaten: de Kroaten kenden een soort dubbele overheersing aan het begin van de 19e eeuw. Zij vielen onder de Habsburgs in Wenen, maar ook onder het Hongaarse koninkrijk. In de praktijk hadden zij vooral met de Hongaren te maken. Nationalisme onder de Kroaten ontstond voornamelijk vanuit intellectuele cirkels, die zich onder andere bezighielden met pan-Slavisme.

Serviërs: een deel van het hedendaagse Servië ligt boven de Donau. Dit deel, bekend als de Vojvodina, was in handen van de Habsburgs gekomen toen deze grote terreinwinst boekten op de Turken. Daarnaast stond het begin van de 19e eeuw beneden de Donau in teken van de Servische Revolutie, waarbij de Serviërs in opstand kwamen tegen de Turkse overheersing, en uiteindelijk hun onafhankelijkheid afdwongen. Dit werd met argusogen bekeken door de Serviërs in de Vojvodina: wellicht is het afschudden van de Habsburgs ook een goed idee? Zij het dat ze met kleine aantallen waren binnen de Donaumonarchie, ze waren wel het meest nationalistisch gezinde volk van alle zuid-Slaven.

Roemenen: Transylvanië kende naast Hongaarse en Duitse inwoners ook een behoorlijke groep Roemenen. Sterker nog: de Roemenen waren de meest talrijke groep in het begin van de 19e eeuw. Net als de Kroaten vielen deze Roemenen onder zowel de Habsburgse als Hongaarse kroon, waarbij laatstgenoemde vooral met de scepter zwaaide. Dit verlaagde de taal en cultuur van de Roemenen tot de derde rang, beneden de Hongaren en Duitsers. Roemenen buiten de Habsburgse grenzen hadden te maken met de Turken en de Russen: al deze rijken hadden een gemeenschappelijk belang in het onderdrukken van een nationaal bewustzijn onder de Roemenen.

Slowaken: als je vandaag de dag denkt aan een volk waar het Slowaakse lot aan verbonden is, zou waarschijnlijk Tsjechië in gedachten springen. Echter hebben de Slowaken langer een hechte relatie gekend met Hongarije. Zij vielen ook ten tijde van de Donaumonarchie mede onder het Hongaarse koninkrijk. Van een groot volksbewustzijn was onder de Slowaken nog niet echt sprake, wat ook later in de geschiedenis te zien is in hun semi-ondergeschikte rol in Tsjecho-Slowakije.

Polen: de Polen waren lang een grote macht in Europa in de vorm van de Pools-Litouwse Gemenebest, echter implodeerde deze aan het eind van de 18e eeuw. Het zou in zijn volledigheid opgeheven worden, en de restanten werden verdeeld onder de drie omliggende grootmachten: Pruisen, Rusland en ook Oostenrijk, dat Galicië kreeg. De Polen hielden goed contact met Polen over de grens, en streefden vrijwel gelijk na inname door de Habsburgs naar een semi-onafhankelijke positie binnen het imperium.

Ruthenen: ook wel bekend onder de naam Rusyn, Ruthenen zijn in deze lijst lastig direct te identificeren met een modern volk. Zij waren net als de Polen vooral in Galicië te vinden, waar zij zich van de Polen onderscheidden in onder andere taal en geloof (Ruthenen waren doorgaans Orthodox). Zij komen niet veel voor in het spel tussen de verschillende volkeren binnen het Habsburgse Rijk, behalve hun strubbelingen met de Polen in Galicië. Vandaag de dag is een groot deel van de Ruthenen opgegaan in de Oekraiense etniciteit, maar sommigen zien zichzelf ook afzonderlijk van deze groep.

Joden: naar alle waarschijnlijkheid de groep die zich het gemakkelijkst voelde bij het non-nationale en cosmopolitische karakter van het Habsburgse Rijk. In redelijke getale aanwezig in Wenen en andere grote steden, maar velen woonden ook landelijk in Galicië.

Conclusie

Wellicht vraag je je af waar de opsomming van deze nationaliteiten goed voor was. Mijn reden hiervoor is vrij simpel: in een korte opsomming doen de verschillende volkeren, talen, geloven, cultuurgroepen (Germaans, Romaans, Slavisch, Semitisch) binnen dezelfde grenzen al duizelen. Alle groepen, zo ook volken, proberen het beste voor zichzelf eruit te halen: een simpele Darwinistische impuls. Hoe bewaar je de voorspoed en vrede binnen je rijk in zo’n situatie, zonder de boel uit elkaar te laten vallen?

De afwezigheid van een dergelijk multi-etnisch imperium in centraal Europa laat het antwoord al raden. Echter lijkt men nog weinig lessen geleerd te hebben. Men probeert vandaag de dag vanuit Brussel opnieuw een steeds centraler bestuurd imperium te maken uit de Europese volkeren, en de stroeve gang van zaken duidt op dezelfde eeuwige principes die blijken uit de hele geschiedenis.

Diversiteit -zonder of met de toevoeging van niet-Europeanen zoals in de 21e eeuw- is geen kracht. Integendeel, men moet al zijn kracht gebruiken om de boel bij elkaar te houden. Zoals olie en water alleen lijken te mengen als je onafgebroken blijft roeren, zo lijkt de multiculturele/multireligieuze/multiraciale samenleving alleen te werken door onderdrukking met harde hand. Dit zal dan ook het pad zijn dat de Habsburgs proberen te begaan in de laatste 100 jaar van hun imperium. De problemen waar de keizers en eerste ministers in Oostenrijk in de 19e eeuw voor kwamen te staan zijn te lezen in een volgend artikel

-Marcus

1: A.J.P Taylor: ‘The Habsburg Monarchy 1809-1918’, blz. 29


Meld je aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief:


Het ontwarren van de Habsburgse knoop, deel 2

1 REACTIE

  1. Zeer interessant artikel, en ook zeer juiste conclusie wat betreft de problemen rond culturele diversiteit.
    Alleen dient opgemerkt te worden dat de Donau-Monarchie toch betere kaarten had te overleven dan de huidige EU, omdat alle volkeren daar historisch verankerd waren (geen grote groepen migranten van vreemde culturen), ze een gemeenschappelijke culturele elite hadden die geinteresseerd was in integratie en volksverheffing (vergelijk met de kille en egoistische economische elite van de EU), en ze allen dezelfde morele basis-waarden deelden (Judea-Christelijk, dus de vergelijking met de huidige EU laat zich raden).
    Wel nog twee correcties t.a.v. volgende zin:
    “…verschillende volkeren, talen, geloven, cultuurgroepen (Germaans, Romaans, Slavisch, Semitisch)…”
    Hier worden vier taal-groepen vergeten:
    – de Hongaren, die tot een aparte groep, Ugrisch (of Finno-Ugrisch) behoren
    – de Roma, die een taal van een aparte tak van de Indo-Europese talen , de Indische, spreken
    – de Jasz, een minderheid inHongarije, die een andere Indo-Europese taal, uit de Iraanse tak, spreken (inmiddels zijn deze opgegaan in de Hongaren)
    – de kleine groepen Turkse volkeren (Joodse Khazaren, Christelijke Gagauziers en Sunni-islamitische Turken) die Altaische talen spreken of spraken (De Chazaren zijn ook opgegaan in de Hongaren)
    Van Semitisch is weinig sprake in de Donau-Monarchie. De Joden spraken veelal Duits, Jiddisch (ook een Germaanse taal), Hongaars of Chazarisch.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in